Mobile menu trigger
nl en eu de
Account Favorites Bag
Close
nl en eu de
Account

Interior

Interior -

Mae Engelgeer – Textielontwerper

Tijdens haar opleiding aan de modeacademie in Amsterdam ontstond haar liefde voor textielontwerpen, styling en design. Ze specialiseerde zich in stoffen en materialen en volgde nog eens een Master Vrije Vormgeving op het Sandberg instituut in Amsterdam. Sindsdien heeft Mae Engelgeer haar eigen studio, waar haar ontwerpen van zelf ontwikkelde materialen tot stand komen. Plaids, tapijten, theedoeken en in de toekomst meubelstoffen en zelfs keramiek; haar werk wordt inmiddels wereldwijd erkend. Een blik in haar studio zegt voldoende: Mae is niet bang om kleur te gebruiken. Ze gaat nooit bewust op zoek naar inspiratie, maar laat zich leiden door intuïtie en dingen die op haar pad komen. Wij gingen met haar in gesprek…

Hoe omschrijf je jouw vak? Mag ik het textiele kunst of toegepaste kunst noemen? Of toch meer een ambacht?

“Misschien de kunst van ambacht? Maar toegepast werk, design… dat grensgebied is vaag. Mensen zien mijn werk denk ik als Dutch Design, maar er zit ook autonomer werk tussen. Mijn doel is om stoffen, materiaal te ontwikkelen. Een functie, áls die er al aan zit, volgt dan later. Een deken blijft een vrij autonoom iets, het is eigenlijk een stuk stof waarin ik mijn visie over kleur, materiaal, techniek en patronen in kwijt kan. Vorm en functie zijn ondergeschikt; het esthetische aspect overheerst, het gevoel dat het ontwerp teweeg brengt.”

Welke steden inspireren jou?

“Dan denk ik toch New York. Ik hou erg van drukte; het levendige, het chaotische, maar wel op eigen wijze. Een stad waar je op jezelf kunt zijn, maar als je wilt ook veel mensen om je heen kunt hebben. In Amsterdam is ook nog steeds heel veel te zien. Als ik op mijn fiets door de stad ga, ontdek ik altijd nieuwe dingen. In deze steden is elke wijk anders, overal overheerst een ander gevoel. Ik denk dat mijn werk heel erg over gevoel gaat. Of ik doe het op gevoel, het is altijd een verzameling van indrukken en impulsen die je hebt gekregen.”

Mae-lila

Hoe vertaalt inspiratie zich in jouw werk?

“Mijn werk is een compositie van verschillende dingen. Ik kan bijvoorbeeld ergens een nieuwe kleur tegenkomen waar ik opeens helemaal weg van ben en dan zoek ik daar een mooi pallet bij. Aan de andere kant komen grafische patronen uit de meest onverwachte hoeken. Dat varieert van architectuur tot een straatsteen tot een mooi papiertje in een papierwinkel. En dan heb je nog het materiaal, zoals garen. Mijn werk is een verzameling van dingen die ik in het dagelijks leven tegenkom. Inspiratie ga ik nooit naar op zoek. Het is een manier van kijken, denk ik. En goed opslaan. In mijn hoofd vormt zich dat uiteindelijk tot nieuw werk. Dat kan dus al beginnen bij iemand die ik met een bepaalde kleurencombinatie op straat zie lopen. Maar ook bij materiaal dat ik ergens vind; een mok of een stuk klei. Dat verzamel ik en in mijn studio leg ik dat bij elkaar, maak er compositietjes van, zodat het uiteindelijk uitgroeit tot een ontwerp. Dat ontwerp laat ik vervolgens weer even liggen, totdat het op een gegeven moment vanuit mijn hoofd gecreëerd wordt tot iets concreets.”

Vormt kunst een inspiratiebron voor jouw werk?

“In musea kan ik wel geïnspireerd raken, specifiek door textiele kunst. Bauhaus stijl of Memphis stijl zie je nu bijvoorbeeld veel. Dat vind ik interessant en daar kijk ik dan even naar, maar vervolgens laat ik het wel los. Vaak zie ik het later terug in wat ik aan het doen ben. Dat refereert dan misschien wel. Het heeft toch met een tijdsbeeld te maken. Achteraf denk ik dan: ‘Hé kijk, dat komt van die Memphis stijl’. Maar daar sta ik op het moment van ontwerp niet bij stil.”

Heel specifiek. Van waaruit is bijvoorbeeld jouw bekende YEAH RUG ontstaan?

“Dat heeft wel een beetje met schilderkunst te maken; vlakverdeling. Ik wilde graag een keer met een ‘hoog-laag verschil’ werken. Dat bedenk ik dan ineens… De Yeah Rug wordt geproduceerd door Marc Janssen in een fabriek in Nepal, met behulp van 100% wol en het vakmanschap van traditionele hand knopen. Om het gewenste resultaat te krijgen, moest de producent zijn techniek aanpassen en juist dat proces is wat mijn vak zo leuk maakt! Op het moment dat ik mijn werk presenteer in Milaan, valt alles ineens samen. Dan denk je: ‘Hé, dit is echt iets wat speelt, ik zie het nu terugkomen’. Dan ben je dus op het goede moment gekomen. Bijzonder, hoe dat onbewust gebeurt.”

Mae-YEAH-RUG-SET

Hoe was Milaan – lees: Salon de Mobile – voor jou?

“Supergoed! Vorig jaar was de eerste keer, het voelde als een introductie van mijn werk. Ik had het idee dat er veel gaande was op het gebied van textiel, maar dat er echt een plek is voor wat ik doe. Het verraste me dat veel mensen mijn werk al kenden. Vorig jaar was heel goed voor nieuwe winkels en pers. Dit jaar eveneens, maar ik heb ook veel contacten gelegd met labels en fabrikanten om samenwerkingsverbanden mee aan te gaan en projecten mee te doen. In Milaan ontstaat focus. Je krijgt er de kans om je werk te reflecteren en nieuwe plannen uit te zetten. Voor mij is het duidelijk: ik wil als textielontwerper gezien worden. Ik heb eigen producten, maar ik wil geen label zijn. Ik wil echt voor mijn handschrift en voor mijn stijl worden gevraagd en daar samenwerkingen in doen.”

Hoe sta je er internationaal gezien voor?

“Grappig, maar in Australië vond ik mijn eerste verkooppunt buiten Nederland. Inmiddels starten we in Scandinavië, Korea, London, New York en zelfs Zuid-Afrika dus eigenlijk over de hele wereld. Ik merk overigens dat Nederland heel erg voor loopt op dit gebied. Dutch design is voor ons heel normaal, onze huizen zijn daar ook op ingericht. Duitsland volgt bijvoorbeeld pas later. De toonaangevende bladen pakken het inmiddels op en de publicaties komen daar nu ook binnen. Ik zit wel in een goede flow waarin ik – ook buiten Nederland – word ontvangen als een van de textielontwerpers van de nieuwe generatie.

Waar ontstaat de ontwikkeling van materialen?

“Dat hangt van de samenwerking en afspraken af. Eigen productie vindt in principe plaats in het textielmuseum in Tilburg (TextielLab). Totdat ik een andere plek vind, waar ze die kwaliteit kunnen leveren en waar je naast de machine kan staan. Een kwalitatief goed product kan maken.”

Hoe ziet dat ontwikkelingsproces er uiteindelijk uit?

“Het proces begint in de studio met schetsen, vertaald in een computerfile. Dan bespreek ik het in het lab met een van de projectontwikkelaars en zetten we mijn bestand om naar een ander file met de juiste bindingen erop. Het zijn computergestuurde weefmachines. Vervolgens selecteer ik zelf de garen en gaan we kleine stukken weven. Tussendoor stoppen we de machine en passen we de garen of het patroon aan en blijven samples maken. Uiteindelijk blijf je aanpassen totdat je hebt wat je wilt. Dat gaat puur op gevoel. Als het goed voelt, is het klaar…”

You may also like

Food -

10 x eten in Amsterdam

Iedere week opent er een nieuw restaurant in Amsterdam, zoveel is zeker. Leuk hoor, maar bovenal ook verdomde lastig want waar moet je heen? Summum tips de leukste én de mooiste.

Lees meer

Interior -

Maak het bont

Funky, fris en creatief: het interieur mag weer een geheel eigen smoel krijgen door veelvuldig gebruik van prints, kleuren en texturen. Wie maken de mooiste uitblinkers voor in huis?

Lees meer

Interior -

Interior Photographer Kasia Gatkowska

Iedere maand vliegt Kasia Gatkowska uit om een jaloersmakend huis of appartement van een architect, ontwerper of andere bewoner van naam en faam te fotograferen voor bladen als Elle Décor, Residence of Vogue Living.

Lees meer
Back to top